“Iedereen kan VCA-B halen, mits goed begeleid”

 

“Iedereen kan VCA-B halen, mits goed begeleid”

Werken aan taalvaardigheid is beter dan het verlagen van de standaarden
De SSVV doet veel om tegemoet te komen aan mensen die moeite hebben om VCA-B te halen. Leermiddelen en examens worden in allerlei talen aangeboden, en multimediaal. Dyslectische mensen kunnen voorleesexamens doen. Is dat genoeg om VCA-B voor iedereen haalbaar te maken? En zo nee: hoe kunnen de slagingspercentages worden verhoogd zonder de eisen te verlagen?

Voor VCA-B slaagt 78 procent van de kandidaten, zegt Kees Boonman van VCA Infra, de instelling die voor de SSVV de examens in goede banen leidt. De onderwijsexpert noemt dat een “gezond percentage”. Wat hij niet aan zijn cijfers kan zien, is hoeveel herkansingen mensen nodig hebben. Dat wordt momenteel op verzoek van VCA Actueel uitgezocht, met hulp van verschillende partijen. Maar deze analyse, die het antwoord moet geven op onze eerste vraag, is voor een volgend nummer.

Geen ontheffingen
Hoog slagingspercentage of niet, mensen die ook bij herkansingen geen VCA-B halen, hebben een probleem. Ze kunnen hun baan erdoor verliezen. Boonman herinnert zich een koffiedame van een chemisch bedrijf die na acht keer nog niet geslaagd was. Alfons Buijs, bij SSVV verantwoordelijk voor opleidingen en examens, kent ook zulke gevallen. Een hardheidsclausule ontbreekt en zal er voorlopig ook niet komen, vertelt hij. “Het College van Deskundigen ziet daar vooralsnog niets in. VCA spreekt van ’operationele medewerkers’, en het is aan het bedrijf om te beoordelen wie daaronder valt. Dat hangt samen met de plek waar iemand werkt. Als je koffie rondbrengt in een omgeving met explosiegevaar is het voorstelbaar dat VCA-B een eis is. Maar er zijn andere plekken waar het veel minder risico’s met zich meebrengt. Daarom zegt het CCvD: kijk elke drie jaar, bij de verlenging, goed naar het toepassingsgebied, ofwel de scope, van het certificaat. Veel aanvragers vinden één certificaat voor het hele bedrijf makkelijk. Maar het hoeft niet. Je kunt ook onderscheid maken naar activiteiten en groepen werknemers. Hier ligt een uitdaging voor zowel opdrachtnemers als opdrachtgevers. Het CCvD voelt grote aarzeling om binnen het VCA-schema met ontheffingen te gaan werken en vindt deze benadering veel beter.”

Extra aandacht
Er is nog een tweede weg, en dat is kijken hoe je werknemers kunt helpen. Buijs denkt dat het wel degelijk haalbaar moet zijn om met goede begeleiding vrijwel iedereen te laten slagen. Zo zijn er opleiders die zich specialiseren in bepaalde doelgroepen met specifieke leerproblemen. “WSW’ers bijvoorbeeld hebben geen groot lerend vermogen, maar opleiders behalen toch gezonde slagingspercentages met deze categorie, door er meer tijd in te stoppen. In mbo-instellingen waar VCA geen apart vak is, slaagde maar 42 procent. Bij analyse bleek dat leraren gewoon dat boek uitdeelden en er verder geen les in gaven. Maar in het vmbo-Praktijkonderwijs, wat het laagste niveau is in het beroepsonderwijs, wordt VCA wel als apart vak gegeven, en daar is het percentage veel hoger. Het ligt er gewoon aan hoe het wordt gegeven en hoeveel aandacht je eraan besteedt.”

Taal is struikelblok De grootste barrière die kandidaten en opleiders tegenkomen, is onvoldoende taalvaardigheid. Uit de voorlopige cijfers die momenteel voor VCA Actueel worden geanalyseerd, is dat al gebleken: anderstaligen zakken bijna twee keer zo vaak als Nederlandstaligen. Maar ook die hebben problemen. Echte analfabeten zijn er niet veel, maar er zijn in de leeftijdscategorie 16-65 jaar meer dan een miljoen laaggeletterden, mensen die zich zonder hulp van anderen niet goed kunnen redden met lezen en schrijven. Twee derde is autochtoon.
In 2010 promoveerde ISZW-inspecteur Paul Lindhout op een studie waarin te lezen was dat taalproblemen de oorzaak waren van 10 procent van de zware ongevallen in de procesindustrie. TNO heeft daarna nog geprobeerd meer licht te werpen op de relatie tussen laaggeletterdheid en ongevallen, maar het verband was om methodologische redenen niet exacter te maken, vertelt Buijs. “De onderzoekers beperkten zich tot het advies om op iedere ploeg anderstaligen een voorman te zetten die én de taal van de mensen spreekt én Nederlands.” Dat advies lijkt echter vooral toegesneden op situaties waarin vaste ploegen buitenlandse vakmensen tijdelijk in Nederland neerstrijken, zoals gespecialiseerde lassers. Voor mensen die permanent in Nederland werken, ligt de ideale oplossing toch echt in het wegwerken van gebreken in hun Nederlands.

VCA is goede kapstok
“Werkgevers die hierin investeren, krijgen daar andere werknemers voor terug”, zegt Ellen Pattenier van Stichting Lezen & Schrijven. “Ze worden beter in communiceren en samenwerken, raken meer betrokken en gaan veiliger werken. Verbetering van taalvaardigheid heeft ook een positieve weerslag op allerlei andere terreinen, soms onverwachte. Laaggeletterden hebben bijvoorbeeld meer kans op schulden, een slechtere gezondheid en ga zo maar door.”
Stichting Lezen & Schrijven staat veel bedrijven hierin bij. Het is ook de uitgever van de serie Succes!, zestig boekjes over twintig onderwerpen uit het dagelijks leven die de interesse van de doelgroep hebben en daardoor uitnodigen om ermee te gaan werken. Want alleen maar zeggen dat mensen iets aan hun taalvaardigheid moeten doen, motiveert niet. Het behalen van VCA is voor talloze mensen wél motiverend, en daarom dient dat als kapstok voor drie boekjes, elk gericht op een bepaald te behalen niveau. In onderwijskundige vaktaal: Instap, 1F en 2F. De examens voor VCA-B liggen volgens Pattenier en haar collega Jan Koopmans (ze zijn verantwoordelijk voor het VCA-materiaal) regelmatig op 2F. “De SSVV zegt dat ze op 1F liggen, maar door allerlei zaken, bijvoorbeeld het gebruik van dubbele ontkenningen en vaktaal, gaan ze daar toch regelmatig overheen.”

Coaching
De boekjes bevatten lees-, schrijf- en spreekopdrachten die de gebruiker meer vertrouwen geven in het omgaan met taal, in relatie met VCA-B. Ze zijn bedoeld om door te nemen met hulp van een vrijwilliger. Achterin vindt die vrijwilliger de nodige aanwijzingen en tips. De Stichting helpt bedrijven bij het vinden van vrijwilligers of professionele docenten. Daarbij wordt een beroep gedaan op regionale of lokale Taalnetwerken.
De boekjes zijn uitdrukkelijk niet bedoeld als vervangers van leermiddelen die VCA-opleiders gebruiken, maar als voorbereiding. Als het goed is, raken de gebruikers wel gemotiveerd om een echte VCA-opleiding te gaan doen. Ze hebben dan meteen al enige kennis opgedaan, en zijn vertrouwd geraakt met het woordgebruik. Maar een hoofdstukje over gereedschappen in de Succes!-reeks is dus niet bedoeld om alle VCA-stof over dat onderwerp aan te bieden, het dient om mensen te trainen in het lezen van een informatieve tekst. Idem voor een tekst over de omgang met gevaarlijke stoffen.
Evengoed struikelen we bij eerste lezing, na het gesprek met Ellen en Jan, over dat laatste stukje. ’Grenswaarden’ gaan niet over de maximale hoeveelheden waarin stoffen op de werkplek aanwezig mogen zijn, zoals de tekst zegt, maar over maximale blootstelling. Of als je het heel eenvoudig wil zeggen: wat er in de lucht mag zitten. Voor opslag van gevaarlijke stoffen gelden andere regels. Daarop doorbordurend denken we dat bedrijven er goed aan doen om voor het coachen van werknemers die met dit materiaal werken, geen beroep te doen op willekeurige vrijwilligers. De ideale begeleider lijkt in dit geval iemand met gevoel voor taal, gevoel voor begeleiden, en: eigen VCA-kennis. Ook al gaat het om een taaltraining en niet om een VCA-leermiddel. Elk VCA-gecertificeerd bedrijf zou zo iemand intern moeten kunnen vinden.

Eerst meten
Pattenier en Koopmans raden bedrijven af om werknemers voor een VCA-opleiding in te schrijven zonder eerst hun taalniveau vast te stellen. Daarvoor dient de Taalmeter, een gratis online-instrument dat in 12 minuten antwoord geeft op de vraag of iemand taalscholing nodig heeft om vooruit te komen. Ze noemen tal van bedrijven die er al mee werken.
Overtuigd hoeven we echter niet te worden: in maart 2014 plaatste VCA Actueel een artikel over ervaringen van de Rotterdamse opleider en detacheerder TCC met zij-instromers voor VCA-opleidingen (“Test voor de veiligheid op laaggeletterdheid”, het is na te lezen op www.vca-actueel.nl/ artikelen). Daaruit bleek al hoe belangrijk het is om pas aan opleiden te beginnen als eerst het taalniveau is vastgesteld en zo nodig verhoogd. Dat bespaart een hoop geld en frustratie.

bron: www.vca-actueel.nl

Geplaatst in Geen categorie.